Keep me rolling!

Nadat je baby de kracht heeft gevonden om het hoofdje omhoog te houden, volgt het omrollen snel. Dit betekent dat de kleine in de meeste gevallen eerst kan rollen van buik naar rug en later ook naar de andere kant. Met een maand of zes, zeven zijn de nek- en armspieren sterk genoeg om beide kanten op te kunnen omrollen. Sommige baby’s zijn er vroeg bij, na drie maanden kunnen ze al omrollen. Anderen doen er weer wat langer over.

Als je je kindje zo nu en dan even op de buik neerlegt, ontwikkelen de spieren die nodig zijn bij het omrollen. In eerste instantie vindt een baby het helemaal niet prettig op de buik. Doe dit bijvoorbeeld in het begin dan ook maar een minuutje. Door er een spelletje van te maken, help je je kindje om het leuk te gaan vinden op z’n buikje te liggen. Als je een opvallend speelgoedje gebruikt en dat nét buiten handbereik legt, stimuleer je de kleine ook om ernaartoe te ‘zwemmen’. Je zult zien dat na veel oefenen je kindje sterk genoeg is om de rol te maken.

Tijgeren en kruipen

Als je kindje het omrollen onder de knie heeft, kan het echte werk beginnen. Tijgeren, buikschuiven en iets later het kruipen. Bij het tijgeren blijft het buikje van je baby op de grond. Je kindje baant zich al schuivend, vooruit én achteruit door de kamer. Wanneer de knietjes eenmaal onder de buik worden geschoven is er ook kruipend niets meer veilig in huis. Om je huis 'kruip-proof' te maken kun je zelf een keer op je handen en voeten door het huis gaan om te kijken welke 'uitdagingen' de kleine allemaal tegenkomt.