Papa, mama, waf, boe, bèèh. Misschien kan je kindje wel al een paar woordjes zeggen. De één is er vroeg mee (8 maanden) de ander begint er pas met 18 maanden mee. Overal ter wereld maken baby’s in het begin dezelfde geluiden. Het maakt niet uit of de baby in China, Frankrijk of Rusland is geboren. Pas op het moment dat ze woordjes gaan zeggen, gaan de klanken meer lijken op het ritme van de taal van thuis.

Een kleine praatjesmaker

Je kindje is nu 1 jaar en je merkt misschien dat het al aardig brabbelt. Dit klinkt intussen als de taal zoals wij die spreken. Dit komt doordat je kleintje de taal overneemt zoals het dit hoort van mama, papa, broertje of zusje. Je kleintje begrijpt nog niet alles wat het nazegt; het gaat vooral nog om het nadoen.

Na ‘papa’ en ‘mama’ zullen de eerste woordjes vooral namen van dieren zijn en klanken zoals ‘dada’ en ’tuut tuut’. Het zijn nog geen echte woorden, maar het klinkt al goed. Let maar eens op de gezichtsuitdrukking van je kindje: heel serieus, alsof het al echt aan het praten is.

In de beginfase van praten kan een woord diverse betekenissen hebben. Het woord  ‘papa’ kan bijvoorbeeld 'Daar is papa' betekenen maar ook ‘Die auto is van papa’.

De taalontwikkeling

Een baby die borstvoeding krijgt, is stiekem al bezig met het trainen van de taalontwikkeling. Doordat het harder met het mondje moet werken om de voeding te krijgen, worden de spieren in het mondje op die manier meer gestimuleerd. Dit heeft een positieve uitwerking op de taalontwikkeling.
Voor de ontwikkeling van de mondspieren is het ook goed om je kindje te stimuleren om uit een echte beker te drinken en het speentje steeds minder vaak te geven.